Desoriëntatie

Als je gedesoriënteerd bent, komen waarneming en werkelijkheid niet overeen. Het kan zijn dat je je niet bewust bent van tijd en van plaats en richting ten opzichte van je omgeving. Dagdromen is een fantasierijk gebruik van desoriëntatie.
Behalve dyslexie zijn er meerdere aandoeningen die met desoriëntatie te maken hebben, en waarbij de Davis-technieken verbetering kunnen brengen.

Autisme: een conditie die een persoon verhindert in contact te zijn met de werkelijkheid om hem heen. Gebaseerd op zijn persoonlijke ervaring, beschrijft Ron Davis het als ‘ als super-dyslexie, maar met zwaardere desoriëntaties veroorzaakt door auditieve stimuli.’ Het huidige onderzoek van Ron Davis richt zich op autisme. Hoog functionerende autistische kinderen, speciaal die met het syndroom van Asperger hebben baat gehad bij de Davis technieken.
Add /Adhd: Het onvermogen de aandacht te richten en vast te houden op hetgeen aangeboden wordt. Er bestaat een medische conditie die Add genoemd wordt, en die maakt dat iemand nergens lang zijn aandacht op kan richten. Ron Davis vermoedt echter dat veel kinderen die tegenwoordig de diagnose Add krijgen niet geboeid raken door de manier waarop de lesstof wordt aangeboden.
Hyperactiviteit: Niet opletten, of dagdromen in combinatie met fysieke beweeglijkheid. De theorie van Ron Davis is dat deze beweeglijkheid veroorzaakt wordt door verstoring van de zintuiglijke waarneming van balans, beweging en tijd, wanneer de persoon gedesoriënteerd is.
Dyscalculie: Problemen met rekenen en wiskunde, niet met cijfers en getallen kunnen werken.
Dysgraphie: Problemen met schrijven, handschrift.
Dyspraxie, onhandigheid, coördinatie-problemen: Desoriëntatie beïnvloedt de zintuiglijke waarneming van evenwicht en beweging, soms in heftige mate. Dit kan tot uiting komen in struikelen, overal tegen aan stoten, dingen omgooien, schoenveters niet vast kunnen maken, niet kunnen hinkelen, schaatsen etc.

Wij besteden ook aandacht aan de voeding

Voeding kan gedesoriënteerdheid versterken, of juist heel alert maken. Daarom is het ook belangrijk om de eetgewoonten onder de loep te nemen. Dyslectische mensen zijn vaak
overgevoelig voor (chemische) toevoegingen, maar ook heel gewone stoffen zoals suiker, zout of tarwe kunnen invloed hebben op je vermogen je te oriënteren.
Wie geen duidelijke voedselintolerantie heeft zal niet zo gauw op het idee komen dat de smaakmaker in zijn bordje soep invloed kan hebben op de helderheid van zijn denken.


Spotlight
Lot Blom, Certified DDA Facilitator
Zandhofsestraat 48
3572 GH Utrecht
Telefoon 030 - 271 00 05 of 06 224 524 63
E-mail spotlight@dyslexie-info.nl